Fabels & feiten over thuisbatterijen
Kennisbank · Wattover · bijgewerkt 2026-09-27
Fabel: Een thuisbatterij levert nooit iets op.
Feit: Met zonnepanelen en/of een dynamisch contract is een batterij vaak rendabel (terugverdientijd grofweg 5–11 jaar). Zonder allebei levert opslag financieel weinig op.
Fabel: Een plug-in stekkerbatterij is net zo krachtig als een vaste installatie.
Feit: Een plug-in model is laagdrempelig en verplaatsbaar, maar levert beperkter vermogen (bijv. 800 W via een stopcontact, meer op een eigen groep). Een vaste installatie kan hoger vermogen, 3-fase en volwaardige noodstroom.
Fabel: Met een batterij ben ik zelfvoorzienend en van het net af.
Feit: Vrijwel alle thuisbatterijen zijn netgekoppeld. Volledig off-grid gaan vraagt veel meer capaciteit en is zelden rendabel.
Fabel: Een batterij geeft automatisch stroom bij een stroomstoring.
Feit: Alleen systemen met een expliciete back-up/EPS-functie, juist geïnstalleerd, leveren noodstroom. Veel plug-in modellen doen dit niet of maar beperkt.
Fabel: Lithiumbatterijen in huis zijn brandgevaarlijk.
Feit: Moderne LiFePO4-batterijen zijn zeer stabiel. Met keurmerken (UN 38.3, CE), een vakkundige installatie (NEN 1010) en goede plaatsing is het risico klein.
Fabel: Na 2027 heeft een thuisbatterij geen zin meer.
Feit: Juist ná het einde van de salderingsregeling wordt zelf verbruiken (en dus opslaan) aantrekkelijker dan terugleveren tegen een lage vergoeding.
Fabel: Hoe groter de batterij, hoe beter.
Feit: Een te grote batterij verdient zich langzamer terug. De ideale maat past bij uw avond-/nachtverbruik en uw dagelijkse overschot.
Fabel: Een plug-in batterij mag ik overal zelf inpluggen.
Feit: Boven een bepaald vermogen is een eigen eindgroep nodig. De veiligste route is een eigen groep, aangelegd door een gecertificeerde elektricien volgens NEN 1010.